Om later als volwassene te kunnen deelnemen aan de samenleving moet je leren samenwerken. Doordat leerlingen samen met leerkrachten, medeleerlingen en leerlingen uit andere groepen aan hun leertaken werken, leren zij met elkaar omgaan. Door elkaar te helpen, naar elkaar te luisteren en respect voor elkaar te hebben, ontwikkelen ze sociale vaardigheden. Ze leren hun eigen inbreng en dat van anderen te beoordelen en hierop te reflecteren. Het leren omgaan met teleurstellingen en het ervaren van een meeropbrengst uit de samenwerking is van grote waarde . Hierdoor leren ze kwaliteiten van elkaar te zien, ook van leerlingen waar ze in eerste instantie niet zelf voor zouden kiezen.

Bijzonder van stam tot kruin.